Persbericht naar aanleiding van de parlementaire vraag van Helga Stevens op 26 juni 2008 in de commissie Gelijke Kansen
Al meer dan 30 jaar bestaan er in ons land regels omtrent toegankelijkheid. Toen waren wij pioniers. Onder meer overheidsgebouwen, gebouwen bestemd voor het uitoefenen van de eredienst, bejaardentehuizen, inrichtingen voor sport, handelszaken en horecabedrijven met een publieke oppervlakte groter dan 150 m2, parkeerruimten, openbare toiletten, bankgebouwen, schoolgebouwen en stationsgebouwen vallen onder het toepassingsgebied. Als deze regels effectief in de praktijk waren toegepast, dan was Vlaanderen een modelstaat geweest op het vlak van toegankelijkheid.
Maar gezien de normen niet werden geactualiseerd, de uitzonderingen de norm zijn geworden en de normen op het terrein slecht zijn toegepast, bengelt Vlaanderen momenteel aan de staart in Europa. De aanbeveling van Europa om alle openbare gebouwen tegen 2010 toegankelijk te maken is voor Vlaanderen een utopie geworden.
Al jarenlang belooft Vlaams minister Van Brempt snel werk te maken van nieuwe en toepasbare toegankelijkheidsnormen. De streefdata, eerst eind 2006, werden steeds weer uitgesteld. In de beleidsnota Gelijke Kansen van de minister voor de periode 2007-2008 werd uiteindelijk het voorjaar van 2008 vooropgesteld om de procedure tot goedkeuring op te starten. Maar tot op heden is het ontwerp van minister Van Brempt op regeringsniveau nog helemaal niet aan bod gekomen.
Vlaams Parlementslid Helga Stevens vroeg donderdag de bevoegde minister in het Vlaams Parlement dan ook naar een stand van zaken. Als de minister de eerstkomende maanden namelijk niet met een voorstel komt, zal het deze legislatuur niet meer goedgekeurd geraken. Met een regeringswissel in het vooruitzicht betekent dit opnieuw verschillende jaren uitstel.
De minister bekende met schroom dat zij er tot op heden nog niet in geslaagd is om een definitief voorstel uit te werken. Als verklaring wijst zij naar het overleg dat zij hierover gehad heeft met verschillende belanghebbenden waaronder de architecten, de welzijns- en gezondheidssector, de vastgoedsector, VVSG en VIPA. Helga Stevens beaamt het belang van overleg om tot een gedragen regelgeving te komen. Als verklaring voor de vertraging is dit echter toch wel erg bedenkelijk. Immers, al onder de vorige Vlaamse regering werd een eerste aanzet gegeven voor de actualisering van de normen. Vier jaar later zou er dan ook meer dan voldoende tijd geweest moeten zijn voor overleg. Nu er zelfs nog geen akkoord is met de minister van Ruimtelijke Ordening, de eerste besprekingen binnen de Vlaamse regering nog moeten worden opgestart en het zomerreces voor de deur staat, dreigt dit hele project te stranden.
Als minister Van Brempt nu niet voluit inzet op deze verordening dan draagt zij volgens Vlaams Parlementslid Helga Stevens een zeer zware verantwoordelijkheid. De minister krijgt duidelijk vakantiewerk mee. Helga Stevens zal niet aflaten. Daarvoor is dit veel te belangrijk. De minister mag zich dan ook na het reces aan een nieuwe parlementaire vraag verwachten.


