Navigatie overslaan.
Start
voor een toegankelijke samenleving, voor iedereen!

Parlementaire vraag van Helga Stevens dd 11 mei 2005

Vraag aan mevrouw Kathleen Van Brempt, Vlaams minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen, over nieuwe regelgeving aangaande de toegankelijkheid van publieke ruimtes

Mevrouw Helga Stevens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, beste collega's, in De Standaard van 30 maart 2006 meldt u dat u een nieuw decreet op de toegankelijkheid van publieke ruimtes zult maken. Ik citeer u: 'De vorige regelgeving dateert van 1975 en is achterhaald. Dit nieuwe decreet moet een essentieel instrument worden om de toegankelijkheid te kunnen afdwingen. Geen toegankelijkheid: geen bouwvergunning, wordt het principe.' In de krant staat ook vermeld dat dit decreet er tegen het einde van het jaar zou moeten zijn.

Op 13 oktober 2005 werd diezelfde problematiek besproken in deze commissie naar aanleiding van mijn vraag naar uw standpunt en de stand van zaken. Toen verklaarde u het volgende: 'Wij werken niet direct aan een decreet. We staan daar ook niet onmiddellijk negatief tegenover. Als we het hebben over een kaderdecreet, dan moeten we het wel ruimer zien dan alleen maar de toegankelijkheid van openbare gebouwen. We moeten dan nagaan of we een kaderdecreet moeten maken dat ook kan worden beschouwd als een belangrijk politiek signaal. Waar we vandaag wel aan werken, is aan een stedenbouwkundige verordening. Daarvoor hebben we de minister van Ruimtelijke Ordening heel erg nodig.'

Graag had ik geweten welke evolutie er is in dit dossier. Voor welk instrument wordt geopteerd om de toegankelijkheid van openbare ruimtes te waarborgen? Heeft hierover overleg plaatsgevonden tussen uw kabinet en dat van minister Van Mechelen? Bestaat hierover overeenstemming tussen u en minister Van Mechelen?

Ik stel mij ook vragen bij de opportuniteit van een eventuele stedenbouwkundige verordening als dit de enige maatregel is. Aan een bouwvergunning kunnen een aantal criteria worden verbonden. Dit geldt ook voor openbare gebouwen. Indien de criteria niet worden gevolgd, is er sprake van een bouwmisdrijf. Iedereen weet echter dat het opvolgen, het opsporen en het sanctioneren van bouwmisdrijven in Vlaanderen nog niet echt een prioriteit kan worden genoemd. Dit is helaas de realiteit.

Dat betekent dat de betrokkenen naar de rechtbank moeten stappen. Voor veel mensen vormt de rechtbank echter een grote barrière. De stedenbouwkundige verordeningen en de ruimtelijke ordening vormen een gespecialiseerde materie. Bijgevolg moeten die mensen een advocaat inhuren die zich in deze materie heeft ingewerkt. Ze kunnen met hun problemen niet zomaar naar de vrederechter stappen. Als er geen ondersteunende of samenhangende maatregelen genomen worden, zoals een instantie die toekijkt op de plannen, een laagdrempelig aanspreekpunt waar een burger terecht kan met zijn klachten over ontoegankelijkheid van openbare ruimtes, vrees ik dat het initiatief niet het beoogde resultaat zal hebben.

Minister Kathleen Van Brempt: Ik dank mevrouw Stevens voor de vraag en de continue aandacht die ze aan het thema besteedt, dat haar erg na aan het hart ligt. Het is belangrijk dat we deze ontwikkelingen samen met deze commissie bekijken.

Zoals u weet, zijn er de jongste maanden grote evoluties geweest in het gelijkekansenbeleid door de open coördinatiemethode. Dat is een methodiek om ervoor te zorgen dat alle leden van de Vlaamse Regering verantwoordelijkheid opnemen op het vlak van Gelijke Kansen en dus ook op dat van toegankelijkheid. In deze context engageerde minister Van Mechelen zich formeel om samen met mij aan een stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid van publieke ruimtes te werken. Het werk is in volle gang.

Minister Van Mechelen en ikzelf opteren voor het instrument van de stedenbouwkundige verordening om in de toekomst de toegankelijkheid van publieke ruimtes te waarborgen. Over dit dossier zijn in het verleden al een aantal contacten tussen de betrokken kabinetten geweest. De bedoeling is om op korte termijn tot overeenstemming te komen over de grote lijnen van de inhoud van deze stedenbouwkundige verordening. Daarna kunnen de respectieve experts inzake ruimtelijke ordening enerzijds en toegankelijkheid anderzijds aan de slag voor de concrete uitwerking van deze verordening.

Het is belangrijk dat de opmaak van de stedenbouwkundige verordening op het vlak van de technische aspecten van integrale toegankelijkheid goed begeleid wordt. Bovendien moet het resultaat gedragen zijn door de gebruikersorganisaties die in het Vlaamse middenveld inzake het thema toegankelijkheid actief zijn. Er is een rol weggelegd voor het nieuwe Vlaamse expertisecentrum toegankelijkheid.

Dit centrum wordt momenteel opgericht in het kader van het Limburgplan en zal vanuit de begroting van het gelijkekansenbeleid worden gefinancierd en aangestuurd. Het heeft de expliciete opdracht om het Vlaamse beleid inzake toegankelijkheid horizontaal te ondersteunen. Daarnaast heeft het de opdracht het middenveld te coördineren, goed te informeren en te betrekken.

Ieder jaar zal er met het centrum een concrete jaarplanning worden opgesteld. Zowel voor 2006 als voor 2007 wordt ondersteuning en advisering in het dossier over de regelgeving een concreet actiepunt voor het Vlaams Expertisecentrum. Voor de volledigheid merk ik nog even op dat het expertisecentrum officieel gelanceerd wordt in juni.

Laat ik beginnen met u te verzekeren dat ik uw bezorgdheid begrijp. Als het opstellen van een stedenbouwkundige verordening de enige beleidsmaatregel inzake toegankelijkheid zou zijn, zou dit in het beste geval pas op lange termijn tot een substantiële verbetering inzake toegankelijkheid leiden. De stedenbouwkundige verordening zal immers enkel spelen bij nieuwbouw of verbouwingen van publieke gebouwen.

Desondanks ben ik ervan overtuigd dat het inschrijven van een aantal basisnormen inzake toegankelijkheid in een stedenbouwkundige verordening tot een stroomversnelling kan leiden. Via deze verordening wordt toegankelijkheid immers als een wettelijke verplichting in het algemeen beleid inzake ruimtelijke ordening ingeschreven.

Zoals ik ook al eerder aangaf, ben ik het met u eens dat een betere normering niet de enige manier kan zijn om een toegankelijke leefomgeving te realiseren. Trouwens, de basisfilosofie 'universal design' of in het Nederlands 'ontwerpen voor iedereen' laat zich niet volledig vatten in een set van objectief meetbare normen en criteria. Dat betekent concreet dat ik mij ook engageer om deze ontwerpfilosofie uit te dragen door middel van het verspreiden van informatie en sensibilisering. In dat verband zal ik er bij minister Van Mechelen op aandringen om voor bepaalde categorieën van gebouwen - bijvoorbeeld vanaf een bepaalde grootte - een verplicht aanvullend advies- en controlesysteem in te voeren.

Bovendien zal ik in onderling overleg met hem flankerende maatregelen uitwerken om de invoering van de stedenbouwkundige verordening te begeleiden. De bedoeling is, aanvullend op de verordening, een raadgevend handboek voor toegankelijkheid op te stellen met een code van goede praktijken. Daarin zullen de wettelijke criteria in een breder perspectief worden geplaatst. Dit handboek moet een uniek instrument worden om de rijkdom van universal design te illustreren en op die manier architecten en andere bouwkundigen met deze ontwerpfilosofie vertrouwd te maken. In het handboek zal de filosofie achter het universal-designconcept worden geduid en verder worden uitgediept. Aan de hand van goede praktijken zullen de mogelijkheden van universal design praktisch worden geïllustreerd.

Ten slotte wil ik u erop wijzen dat alle ministers van de Vlaamse Regering zich in het kader van de opencoördinatiemethode in min of meerdere mate geëngageerd hebben om de toegankelijkheid te verbeteren. Alle ministers hebben hierin een verantwoordelijkheid. De minister van Economie bijvoorbeeld zal winkelcentra laten screenen op hun toegankelijkheid. Hetzelfde zal gebeuren voor schoolgebouwen. Iedereen zal stappen vooruit moeten zetten, willen we de toegankelijkheid voor iedereen mogelijk maken. Zoals u weet, hebben we daar nog een lange weg te gaan.

Mevrouw Helga Stevens: Mevrouw de minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Het is belangrijk dat u toegankelijkheid ruimer ziet dan enkel fysieke toegankelijkheid. U zegt terecht dat ook andere ministers daaraan moeten meewerken, zoals de ministers van Economie en Onderwijs. In het dagelijkse leven worden mensen geconfronteerd met verschillende problemen van toegankelijkheid.

Ik ben blij te horen dat het Vlaams expertisecentrum in juni wordt gelanceerd. Ik zal dit blijven opvolgen. Ik zal ook luisteren naar gebruikers via Toegankelijk Overleg Vlaanderen. Het is belangrijk dat ook zij inspraak krijgen in de discussie.

Ik ben van mening dat architecten en studiebureaus gemotiveerd kunnen worden om aandacht te hebben voor toegankelijkheid. In hun opleiding kan bijvoorbeeld een module met betrekking tot dat onderwerp worden ingelast. Dat is belangrijk. Er moet ook aandacht voor zijn in de permanente vorming. Architecten moeten op de hoogte zijn, want zij tekenen de plannen. Als zij het niet goed doen, dan komen we niet vooruit. Het is belangrijk dat de overheid ook die groep sensibiliseert. Er is nood aan een mentaliteitswijziging, en daar zijn we allemaal verantwoordelijk voor.

Inzake het handboek kan ik u vertellen dat de provincie Antwerpen al zoiets heeft. Het is nuttig dat dit verder wordt verspreid. Ik ben blij te horen dat u dit ziet in een ruimer perspectief en dat u wilt samenwerken met minister Van Mechelen om verdere maatregelen uit te werken. Ik blijf het dossier opvolgen.