Vraag aan mevrouw Kathleen Van Brempt, Vlaams minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen over de toegankelijkheidsonderzoeken en de stand van zaken van de regelgeving
Mevrouw Helga Stevens: Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, beste collega, sinds oktober ben ik gemeenteraadslid in Gent. Via mijn contacten met verschillende personen en administraties, vernam ik dat de stad Gent het niet haalbaar vindt om voor losse projecten extern advies in te winnen rond toegankelijkheid. Dit zou enkel betaalbaar zijn als er een convenant afgesloten wordt. De stad Gent spreekt al enkele jaren over het convenant, maar zou nu definitief de stap zetten, al is het betrokken toegankelijkheidsbureau daarvan nog niet op de hoogte. Het verbaast me dat een stad als Gent het niet verantwoord vindt door de kostprijs. Gent is een grote stad. Dat betekent dat kleinere steden en gemeenten, met een beperkt aantal projecten, wellicht nog minder geneigd zullen zijn een convenant af te sluiten.
Ik kan me moeilijk voorstellen dat de prijs voor een toegankelijke samenleving te hoog kan zijn. Bovendien zijn er de provinciale adviesbureaus toegankelijkheid. De adviesbureaus zijn vzw’s en drie onder hen, hoewel niet gelijkmatig, worden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid en mogelijk ook door de provinciale overheid. Verder voorziet bijvoorbeeld de provincie Oost-Vlaanderen in subsidies voor lokale overheden die een toegankelijkheidsadvies inwinnen van een technisch bureau dat al enige jaren ervaring heeft met bouwtechnisch adviseren.
Zoals u weet, ben ik een voorvechter van een toegankelijke samenleving. Ik ben er van overtuigd, en u trouwens ook, dat adviesbureaus een belangrijke functie vervullen. Niet alle architecten hebben evenveel oog voor toegankelijkheid of zijn vertrouwd met de vereisten om een ruimte echt toegankelijk te maken.
Kunt u mij een idee geven van de kosten die door de provinciale adviesbureaus toegankelijkheid aangerekend worden voor hun advies? Zijn deze kosten volgens u redelijk? Zijn er grote provinciale verschillen in de kostprijs, gezien de ongelijkmatige financiering door de Vlaamse overheid? Zijn er, naast Oost-Vlaanderen, nog andere provincies die subsidies geven voor toegankelijkheid? Als er inderdaad een hoge drempel is, wil u dan maatregelen overwegen? Ik denk bijvoorbeeld aan: kleine gemeenten financieel extra ondersteunen, het advies verplicht maken indien de totale kost van het project een bepaalde grens overschrijdt of de provinciale adviesbureaus extra subsidiëren.
Minister Kathleen Van Brempt: Dank u, mevrouw Stevens. U weet dat wij samen dezelfde strijd voeren. Wij delen de overtuiging dat de realisatie van een toegankelijke leefomgeving een sleutelelement is in een samenleving die gelijke kansen nastreeft. Zonder toegankelijkheid kunnen de zwaksten onder ons geen deel uitmaken van de samenleving. Maar er is nog veel werk.
Zoals u zelf aanhaalde, is het nog niet altijd mogelijk om voor de realisatie van een inclusief toegankelijke samenleving te vertrouwen op de knowhow van architecten. De concepten ‘universal design’ en ‘integrale toegankelijkheid’ zijn nog niet opgenomen in hun reguliere opleiding. Om te komen tot toegankelijke ontwerpen voor publieke gebouwen, ben ik ervan overtuigd dat het aanbod van de provinciale adviesbureaus toegankelijkheid noodzakelijk is.
Zij moeten hun expertise in toegankelijkheid op het terrein zelf verspreiden. Op dit ogenblik zijn er vier technische adviesbureaus voor toegankelijkheid: drie vzw’s en een provinciale dienst. Concreet gaat het om ATO, Toegankelijkheidsbureau, Westkans en het Centrum voor Toegankelijkheid Provincie Antwerpen, of kortweg CTPA. ATO is gericht op de provincie Oost-Vlaanderen, Toegankelijkheidsbureau op Limburg en Vlaams-Brabant, Westkans op West-Vlaanderen en CTPA op Antwerpen.
De kostprijs van een toegankelijkheidsadvies is recht evenredig aan de omvang van het project. De concrete prijszetting gebeurt op basis van uurlonen. ATO rekent 50 euro aan per gepresteerd uur. Het gemiddelde aantal uren per adviesdossier varieert van 20 uren voor een klein project tot 60 uren voor een omvangrijk project. Toegankelijkheidsbureau heeft eveneens een variabele prijszetting. Binnen een convenant wordt de prijs bepaald op 50 euro per uur. Voor een adviesvraag buiten het convenant, wordt 62 euro per uur in rekening gebracht. Zij stellen dat ze gemiddeld 24 uren aan een project besteden. Westkans stelt voor iedere opdracht een specifieke offerte op, in overeenstemming met de aard van het project, waarbij de uurprijs varieert tussen 25 en 50 euro. Het te verwachten urenaantal per project varieert tussen 3 en 20 uren. CTPA, dat is ingebed in het provinciebestuur Antwerpen, levert gratis adviezen af aan openbare besturen en brengt 20 euro per gepresteerd uur in rekening voor anderen. Zij besteden minimaal 2 uur aan een klein project en tot 14 uur aan een groot project. De kosten voor een toegankelijkheidsadvies moeten worden afgewogen tegenover de totale bouwkost van een project. Ik heb dan ook niet de indruk dat de prijszetting onredelijk hoog is of een substantiële drempel creëert. In vergelijking met de prijzen van consultantsbureaus en andere adviesbureaus gaat het om redelijke bedragen. De kosten van een toegankelijkheidsadvies vormen immers slechts een zeer klein aandeel in de totale bouwkost.
Er zijn verschillen tussen de prijzen die de verschillende provinciale adviesbureaus aanrekenen. Die verschillen zijn niet het gevolg van een ongelijke verdeling van de subsidies op basis van het gelijkekansenbeleid. Bij mijn aantreden constateerde ik dat enkel ATO en het Toegankelijkheidsbureau vanuit het Vlaamse gelijkekansenbeleid structureel werden gesubsidieerd: beide kregen 52.000 euro. Ondertussen heb ik het werkveld van de toegankelijkheid vrij grondig hervormd. Zo richtte ik het Vlaamse expertisecentrum inzake toegankelijkheid ENTER op. Het richt zich op geheel Vlaanderen. Verder is onder mijn impuls de werking van de verschillende technische adviesbureaus uitdrukkelijk op hun respectievelijke provincies gericht. In het licht daarvan wordt sinds midden 2006 Westkans op dezelfde manier gesubsidieerd als ATO en het Toegankelijkheidsbureau.
De subsidiëring vanuit het gelijkekansenbeleid heeft vooral tot doel de basiswerking van de bureaus te verzekeren. Om hun verdere werking en bijkomend personeel te bekostigen zijn zij genoodzaakt voor de geleverde adviezen een vergoeding te vragen. Wij zijn er ons natuurlijk van bewust dat onze subsidies geenszins alle kosten van de adviesbureaus dekken. De verschillen in prijszetting tussen de provinciale adviesbureaus toegankelijkheid zijn eerder te verklaren door verschillen in wat een toegankelijkheidsadvies precies inhoudt. Zo is het opmerkelijk dat het aantal werkuren per dossier gevoelig hoger ligt bij het Oost-Vlaamse adviesbureau ATO. Dat is een gevolg van het feit dat dit bureau de opdrachtgevers een zeer intensieve begeleiding aanbiedt en heel vaak de adviezen tijdens de uitvoering van de werken opvolgt. De verschillen hebben dus met de aard en de omvang van het advies te maken, en niet met een onredelijke prijsbepaling.
De volgende stap in de hervorming van het werkveld inzake toegankelijkheid bestaat erin om in overleg met de provinciale adviesbureaus te komen tot een inhoudelijke afstemming op het vlak van de toegankelijkheidsadviezen. Daarbij moet trouwens ook een tariefafstemming worden gerealiseerd. Ik kan u dus meedelen dat ik inderdaad beleidsinitiatieven wil nemen om ervoor te zorgen dat er veel meer uniformiteit wordt gerealiseerd. De subsidies worden gelijk verdeeld; we verwachten in alle provincies dan ook een gelijke behandeling. En op dat vlak moet er nog een en ander gebeuren.
Ook de andere Vlaamse provincies hebben initiatieven genomen om in het kader van hun
toegankelijkheidsbeleid subsidies toe te kennen. Inzake het laten uitvoeren van
toegankelijkheidsadviezen gaat het om de volgende initiatieven. Een: de provincie Limburg heeft de bestaande reglementen voor investeringssubsidies aangepast, zodat toegankelijkheid er werd in opgenomen. Bij een aanvraag voor een investeringssubsidie moeten de initiatiefnemers bij het Toegankelijkheidsbureau een toegankelijkheidsadvies vragen. De provincie betaalt de volledige kostprijs van de adviesverlening. De initiatiefnemers kunnen lokale besturen zijn, maar ook privépersonen.
Twee: de provincie Vlaams-Brabant vaardigde een subsidiereglement uit waardoor lokale
besturen kunnen rekenen op een financiële tussenkomst voor toegankelijkheidsadviezen. De voorwaarde is wel dat 50 percent van de kosten van het advies door de lokale besturen zelf worden betaald. Per lokaal bestuur wordt in een maximumbedrag van 1500 euro per jaar voorzien.
Drie: in het kader van het project ‘toegankelijkheidsonderzoeken van de gemeentelijke
culturele infrastructuur’ voorziet de provincie West-Vlaanderen in een cofinanciering voor de gemeentebesturen die een lopend bouw- of verbouwproject voor advies aan Westkans voorleggen. De provinciale sportdienst voorziet in een soortgelijke cofinanciering voor toegankelijkheidsadviezen over de bouw of verbouwing van gemeentelijke sportinfrastructuur. Het aantal adviezen is wel beperkt.
Vier: in de provincie Antwerpen is het technische adviesbureau in de provinciale diensten geïntegreerd. De adviesverlening is gratis voor openbare besturen.
U vraagt me of er nog bijkomende beleidsinitiatieven moeten worden genomen. Zoals al
gezegd, denk ik dat de kostprijs van adviezen over toegankelijkheid niet het grote obstakel is. Wat publiek toegankelijke gebouwen betreft, moet mijns inziens het principiële uitgangspunt zijn dat het tot de verantwoordelijkheid van de bouwheer en de architect behoort om toegankelijk te bouwen.
Om duidelijkheid te creëren over die verantwoordelijkheid bereid ik samen met de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening een herziening van de bestaande, verouderde toegankelijkheidsregelgeving voor. Op dit ogenblik wordt gewerkt aan nieuwe technische basisnormen over toegankelijkheid. Die normen zullen in de bestaande regelgeving over de aflevering van bouwvergunningen worden geïntegreerd. In een aantal gevallen zal een advies over de toegankelijkheid verplicht worden. Of er al dan niet een verplichting zal worden opgelegd, zal misschien niet meteen afhankelijk zijn van de totale kostprijs van het project, maar eerder van de functie van het gebouw of van de omvang van de bebouwde oppervlakte.
Zo zal de werking van de provinciale adviesbureaus in de toekomst minder afhankelijk worden van subsidies op basis van het Vlaamse gelijkekansenbeleid. De subsidies moeten hen in staat te stellen om degelijke toegankelijkheidsadviezen en -screenings af te leveren. Verder moeten zij zelf, in hun respectievelijke provincies, een actieve en dynamische rol opnemen om op het terrein zo veel mogelijk toegankelijkheidsadviezen af te leveren. Het blijft in elk geval de bedoeling om vanuit het Vlaamse gelijkekansenbeleid de werking van de bureaus te versterken door opdrachten te genereren. Dat kan rechtstreeks, met initiatieven op basis van de eigen beleidsprioriteiten inzake toegankelijkheid, ofwel onrechtstreeks, vanuit andere beleidsdomeinen, onder meer in het kader van de opencoördinatiemethode.
Mevrouw Helga Stevens: Ik ben aangenaam verrast te vernemen dat de provincies zelf heel wat initiatieven nemen om binnen de provinciegrenzen de eigen medewerkers toegang te geven tot de samenleving. Het is ook goed dat ze tussenkomen in de kosten van advies voor de lokale besturen. Bepaalde provincies doen veel inspanningen om mee te betalen. Dit is een belangrijke en duidelijke mentaliteitswijziging voor alle lokale besturen.
Het is altijd duurder om een niet-toegankelijk gebouw nadien toegankelijk te maken dan om het toegankelijk te bouwen. Dat is de verantwoordelijkheid van de bouwheer. Die moet van bij het begin aandacht besteden aan de toegankelijkheid. Dat zorgt voor een meerkost van 0,5 tot 1 percent, maar als hij het na de oplevering nog moet aanpassen, is de meerkost veel hoger.
Heel wat gemeentebesturen kunnen worden gestimuleerd om advies te vragen voor hun
projecten. Gent heeft bijvoorbeeld enkele grote projecten op stapel staan, zoals het Sint-Pietersstation en omgeving, en de handelsdokken. Dat zijn vrij grote projecten die voor veel mensen zijn bedoeld. De stad Gent deinst er een beetje voor terug om advies te vragen. Dat verbaast me heel erg. Er gaat toch heel wat geld in die projecten om. Ook kleine gemeenten moeten advies vragen. We moeten alle besturen motiveren. Dat zal op termijn een veel goedkopere oplossing zijn, want uitsluiten kost veel geld.
Mevrouw de minister, ik ben ook blij dat u meer harmonisatie en eenvormigheid nastreeft. Het is belangrijk dat er duidelijkheid is voor iedereen. Verwarring leidt alleen maar tot verslechtering. Ik kan begrijpen dat, als Oost-Vlaanderen een meer intensieve begeleiding doet, de kostprijs heel wat hoger ligt. Het verbaast me dat elke provincie dit anders benadert. Misschien kunnen we de goede praktijken samenbrengen en die informatie uitwisselen. We zijn op het goede spoor. Er is al veel gebeurd, en er moet nog veel gebeuren.


